Op 19 juni 2019 organiseerde de Vereniging Deltametropool in samenwerking met de Metropoolregio Amsterdam (MRA) het symposium INTENS. Centraal stond het benutten van kansen om zowel te investeren in het landschap als het bieden van ruimte aan opgaven op het gebied van met name verstedelijking, energietransitie en klimaatadaptatie. Slimme en breed gedragen ruimtelijke keuzes zijn dé manier om een antwoord te vinden op de uitdagingen van nu.

“Doel van deze bijeenkomst is een duidelijke stem te geven aan het landschap”, hield Leen Verbeek zijn publiek voor. “Dit betekent dat we naar het totaal moeten kijken”, aldus de  voorzitter van de Vereniging Deltametropool.

Zorgen
De noodzaak hiertoe is volgens Marc van den Tweel, Natuurmonumenten, evident. “Recent onderzoek van Natuurmonumenten wijst uit dat maar liefst 81 procent van de Nederlanders zich zorgen maakt over de kwaliteit van het landschap. In de Metropoolregio Amsterdam is dit zelfs 86 procent. Ook vraagt 92 procent van de Nederlanders een actievere rol van de overheid zodat initiatieven meer gecoördineerd plaatsvinden. Daarvoor is betrokkenheid van de samenleving nodig, gekoppeld aan regie om toe te werken naar het vergezicht, de stip op de horizon. Zo werken we met de Marker Wadden aan functiecombinaties en daarbij kunnen we bestuurlijke intelligentie goed gebruiken.”

Lef
Verbeek vindt de MRA overigens bij uitstek het gebied om die uitdaging aan te gaan. Hij wees erop dat het metropolitane landschap zich al eeuwenlang kenmerkt door transities. “We durven altijd al te ontwikkelen wat de toekomst van ons vraagt. Dat is nog steeds goed zichtbaar in het landschap. In de Marker Wadden herhaalt dit zich, evenals in het waddenlandschap langs de dijk tussen Lelystad en Enkhuizen. Belangrijk, want rond het Markermeer was sprake van een versleten landschap. Daar weten we tóch de investeringen voor te vinden. Er is in de hele metropool nog heel veel mogelijk, maar we moeten er wel het lef voor hebben. Ik denk dat het kan.”

Belangen verbinden
Van den Tweel schaarde zich achter de optimistische woorden van Verbeek. “Natuurmonumenten staat ook voor progressie door middel van het verbinden van belangen. Daarmee wordt natuurontwikkeling iets om opgaven samen te brengen.” Daarbij greep hij terug op de uitkomst van de Landschapstriënnale 2017, waaruit maar liefst elf opgaven naar voren kwamen om vanuit het landschap op te pakken. “Misschien wat veel”, aldus van Tweel, “maar ze zijn stuk voor stuk belangrijk.”

Om zijn woorden te staven, volgde een opsomming van alle elf de opgaven. Het gaat om achtereenvolgens:

  1. Woningproductie
  2. Bereikbaarheid
  3. Bedrijven en kantoren
  4. CO2 en bodemdaling
  5. Energietransitie
  6. Klimaatadaptatie
  7. Recreatie en toerisme
  8. Agrarische transformatie
  9. Natuur en ecologie
  10. Circulaire economie
  11. Smart landscapes

 

INTENS
De elf opgaven maken duidelijk dat, naast de grote cultuurhistorische waarde, het landschap een belangrijke rol kan spelen om de grote uitdagingen waar de MRA voor staat te accommoderen. Maar dit levert allerlei uitdagingen op. Deze zijn samengevat in de publicatie INTENS dat tijdens de bijeenkomst is gepresenteerd. De titel is raak gekozen: zowel de vraag naar beleving van het landschap als de noodzaak om erin urgente ruimtelijke uitdagingen aan te pakken, maakt het MRA-landschap in de toekomst zeer INTENS. Een intensieve stedelijke agglomeratie als de Metropoolregio Amsterdam kan niet zonder een excellent buitengebied, maar dat zet druk op de ketel om werk te maken van het metropolitane landschap.

Opbrengsten gebiedsateliers
Belangrijk input voor INTENS vormt de opbrengst van maar liefst zestig gebiedsateliers. Directe aanleiding vormde de opbrengsten van de Landschaptriënnale van drie jaar geleden in de Haarlemmermeer. “Het belang van landschap als vestigingsvoorwaarde werd hier echt op de kaart gezet”, benadrukte Merten Nefs, programmaleider Vereniging Deltametropool. “Ook werd duidelijk wat er allemaal op het landschap afkomt. Plus dat ondernemers en bewoners zich erg betrokken voelen bij het metropolitane landschap.” De gebiedsateliers handelden over alle elf opgaven. “Daarbij is met name gekeken naar meekoppelkansen en dilemma’s.” Belangrijke meerwaarde van deze exercitie is volgens Nefs dat nu van onderop in plaats van bovenaf is gekeken naar de uitdagingen die het landschap wachten. “De bijeenkomsten hebben een grote oogst opgeleverd.”

Vier sporen
INTENS maakt duidelijk dat slimme en breed gedragen ruimtelijke keuzes de enige manier zijn om de landschappelijke gebieden aantrekkelijk te houden. INTENS formuleert hiertoe vier handvatten:

  1. Een nieuwe blik op de basiselementen van het MRA-landschap
  2. Ruimte en urgentie voor het combineren van initiatieven en opgaven
  3. Circulair plannen van steden en open landschappen
  4. Plannen vanuit wederkerigheid tussen stad en land

Alle vier de sporen zijn nodig voor ontwikkeling en behoud van de landschappelijke kwaliteiten. Dit moet gebeuren in samenwerking met de organisaties die een aandeel hebben in de veranderopgaven. Ga nú op het schaalniveau van de MRA aan de slag met het landschap als uitgangspunt, luidt het devies!

Financieringskansen
Het investeringspakket van de elf opgaven bedraagt meer dan honderd miljard euro. “Veel daarvan wordt weggezet in allerlei projecten op velerlei terreinen”, aldus Nefs. De directe investeringen in het landschap lijken volgens hem behapbaar, nog geen 2% of nog geen 50 euro per persoon per jaar. “Dit verschilt wel van plek tot plek. Daar komt bij dat het landschap ook veel oplevert in termen van onder meer gezondheid, drinkwater en ecosystemen. Alleen kun je die winst niet altijd direct in harde euro’s tot uiting brengen.” Gezien het collectieve belang, ligt publieke financiering voor de hand. Aanvullend ziet hij mogelijkheden in het aanboren van private bronnen. “Kansen liggen in compensatie van het ruimtebeslag als gevolg van woningbouwopgaven, wegenaanleg, energielandschappen en zandwinning. “Kijk op een nieuwe manier naar wat we hebben en welke nieuwe combinaties aantrekkelijk zijn”, raadt Nefs aan. “Plan ook circulair en doe dat een tandje lokaler dan nu gebeurt met oog voor de wederkerigheid tussen stad en land. Zorg er in ieder geval voor dat woningbouwplannen altijd gepaard gaan met investeringen in het landschap.”

Kritische noot
INTENS biedt richting om te anticiperen op de uitdagingen waar het metropolitane landschap de komende decennia voor staat. Maar vormt het ook een blauwdruk? Berno Strootman (Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving) was uitgenodigd om een kritische noot te kraken. Die exercitie bleek goed uit te pakken. “Wat er nu ligt is erg goed”, liet Strootman weten. “Ik ben blij dat uit INTENS blijkt dat een intensieve stad niet kan zonder een eigentijds landschap.” Toch kwam er wel degelijk de kritische beschouwing waarom was gevraagd. “Ik wil benadrukken dat het leven uit meer bestaat dan verdienmodellen. Het gaat ook om waarden. Neem die op een volwaardige manier mee.” In dit verband adviseerde hij per landschapstype de kernkwaliteiten samen te vatten. “Leg vervolgens de gezamenlijke afspraken over de waarden die je hard wilt maken vast, ook op eigen schaalniveaus. Neem daarbij het landschap als uitganspunt van alle programma’s en toon je een goed rentmeester. Kies consequent voor vergroting van de omgevingskwaliteit en werk integraal aan multifunctionele oplossingen. Realiseer je ook dat het om transformatieopgaven gaat en dat niet alles altijd kan. Zeg dus soms ook nee, bijvoorbeeld tegen zonnepanelen in de weilanden. En kies voor maatschappelijk rendement op de geïnvesteerd euro’s.”

Panorama
Ook adviseerde Strootman de MRA uit te breiden met de waterschappen. “Bij vrijwel elke opgave speelt water immers een rol.” Verder is volgens hem een ontwerpteam en kennishuis op metropoolniveau nodig, aangestuurd door het MRA-bestuur. “Begin met een ruimtelijke analyse van alle elf de opgaven zodat je er beter grip op krijgt en voer vervolgens onderzoek uit naar de draagkracht.” Het ontwerpteam en het kernhuis moeten volgens de Rijksadviseur de MRA-bestuurders een wenkend perspectief bieden, een panorama op MRA-schaal. “Bij het maken van dat panorama moet je goed samenwerken, niet alleen onderling maar ook met het Rijk. Beantwoord daarbij ook vragen over het wie, wat, hoe en waarom. Plus hoe je werk met werk kunt maken. Ga daarover met de samenleving in debat en trek daaruit conclusies ten aanzien van de regie op de transitie-opgaven. Plus zorg iedere twee jaar voor bijstelling.”

Privaat geld aanboren
Oud-burgemeester van Amsterdam Job Cohen heeft voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA) een verkenning uitgevoerd naar mogelijkheden voor investeringen in het landschap. Centraal stonden gesprekken met stakeholders. Cohen heeft in dit verband gesproken met  private partijen als Tata Steel, Rabobank, Schiphol en datacentra over hun bereidheid om te investeren in het landschap. Daaruit komt een ‘ja mits’ naar voren. “Op zich is die bereidheid zeker aanwezig. Maar voor private partijen moet dat uiteindelijk wel wat opleveren. Indien er voor hen interessante projecten zijn, op korte of lange termijn, dan wil men zeker meedenken. Van belang is een koers uit te zetten die voor langere tijd werkt.”

Wat hem opviel, is dat er zoveel wensen zijn op het gebied van onder meer woningbouw, recreatie, landbouw en klimaat. “Dit betekent dat je wel moet samenwerken en dan is zo’n bijeenkomst als vandaag ongelooflijk belangrijk. Je moet elkaar hiervoor namelijk leren kennen en gekend worden. Probeer zoveel mogelijk partijen bij elkaar te brengen, dan willen ze wel over de brug komen. Realiseer je echter ondertussen ook dat de bulk van het geld van de overheden zal moeten komen.”

Slotakkoord
“Complimenten aan iedereen die aan INTENS heeft meegewerkt”, liet NH-gedeputeerde Esther Rommel op haar tweede dag als voorzitter van het portefeuillehoudersoverleg MRA weten. “Er is ongelofelijk veel gedaan.” Rommel liet weten dat in het Collegeakkoord € 10,3 miljoen is vrijgemaakt voor een landschapsfonds. “Ik ga kijken hoe we daar invulling aan kunnen geven om dit fonds te laten floreren.” Luzette Kroon, burgemeester van de gemeente Waterland, hoorde haar woorden enthousiast aan. “We moeten aan de gang met het MRA-landschap, de mouwen opstropen, dán gaat het lukken.” De Zaanse wethouder Sanna Munnikendam: “We moeten nu samen het landschap koesteren. Die waardenkaart kan daarbij helpen, maar is nog moeilijk te vinden. Laten we daar de boer mee op gaan en mensen erbij betrekken.”

Jakob Wedemeijer (MRA Amsterdam, en stadsdeelbestuurder Zuidoost), pleitte in dit verband voor een samenhangende benadering. “De Amsterdamse landschapsvisie is vrijwel gereed en zelf ga ik aan de slag met de groenvisie van de stad. Die horen bij elkaar, evenals de omgevingsvisies. Laten we die goed op elkaar afstemmen.” Munnikendam ondersteunde zijn oproep. “Laten we de handen ineen slaan en doorpakken.” Job Cohen adviseerde om aanvullend ook opnieuw over de governance na te denken. “Zoek elkaar op, leer elkaar kennen en maak het panorama waar. En vergeet daarbij niet wat er de afgelopen jaren allemaal is bereikt in de MRA. Ondanks alle belangen en verschillen, wil iedereen hier wonen.”

Rommel gaf aan zich nu eerst te zullen buigen over de vormgeving van het fonds. “Uitdaging vind ik hoe we via het landschap ons kunnen verbinden. Ik ga me inwerken om over een paar maanden door te pakken met de aanbevelingen die zijn gedaan.”

Download INTENS >>